ECLI:NL:GHDHA:2013:1935
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incassovordering kinderopvangouderbijdrage tegen vader zonder overeenkomst
In deze zaak vordert B4Kids betaling van een achterstand in de ouderbijdrage kinderopvang van €2.416,50 vermeerderd met rente en kosten van de vader, terwijl de moeder de overeenkomst met B4Kids is aangegaan. De kantonrechter veroordeelde beide ouders hoofdelijk tot betaling, maar de vader voert verweer dat hij geen overeenkomst heeft gesloten en dat B4Kids niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de bevoegdheid van de moeder om namens hem te handelen.
Het hof overweegt dat B4Kids niet heeft voldaan aan haar zorgplicht om de overeenkomst door beide ouders te laten tekenen en dat er geen sprake is van bevoegde vertegenwoordiging of schijn van vertegenwoordiging door de moeder. Hierdoor is de vader geen partij bij de overeenkomst en kan B4Kids haar vordering niet op hem baseren.
Voorts verwerpt het hof het beroep van B4Kids op artikel 1:404 lid 1 BW Pro, omdat deze bepaling niet aan derden kan worden tegengeworpen en hoofdelijke aansprakelijkheid niet gelijkstaat aan bijdragen naar draagkracht. Ook het beroep op artikel 1:85 BW Pro faalt omdat de ouders niet gehuwd of geregistreerd partners zijn.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de kantonrechter vernietigd, de vordering tegen de vader afgewezen en B4Kids veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen met rente en in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van B4Kids tegen de vader wordt afgewezen en B4Kids wordt veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen met rente en in de proceskosten.