ECLI:NL:HR:2010:BL1116
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Geen taak voor burgerlijke rechter bij aanwijzing transcultureel psychiater in TBS-zesjaarrapportage
De zaak betreft een vordering van een TBS-gedetineerde die de Staat wilde verplichten een transcultureel psychiater aan te wijzen voor zijn zesjaarrapportage, zoals bepaald in art. 509o lid 4 Sv. De voorzieningenrechter wees deze vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. De Hoge Raad bevestigt dat de burgerlijke rechter geen taak heeft bij de beoordeling van de redelijkheid van het besluit van de Staat om geen transcultureel psychiater aan te wijzen.
De Hoge Raad benadrukt dat het aanwijzen van deskundigen in het kader van een beroep tegen een plaatsingsbeslissing een taak is van de strafrechter of de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). De burgerlijke rechter mag zich hier niet mee bemoeien, ook niet als het gaat om de zesjaarrapportage die bedoeld is voor de strafrechterlijke procedure.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de kostenveroordeling van het hof, die zowel voor als na de uitspraak gemaakte kosten omvat, juridisch correct is. Het incidentele cassatieberoep van de Staat slaagt, waardoor de vordering van de eiser niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het principale cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang. De kosten van het geding worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is om te beoordelen of de Staat in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen transcultureel psychiater aan te wijzen en verklaart de vordering van eiser niet-ontvankelijk.