Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2004 en tegen een aanslag over 2009 met betrekking tot proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep over 2004 ongegrond en het beroep over 2009 gegrond voor een deel.
In hoger beroep bevestigde het Hof de bevoegdheid van de Inspecteur om de navorderingsaanslag op te leggen, maar oordeelde dat belanghebbende alsnog recht had op aftrek van dieetkosten en een vaste aftrek voor chronische ziekte, waardoor de navorderingsaanslag verminderd moest worden. Voor 2009 werd het beroep ongegrond verklaard.
Het Hof wees proceskostenveroordeling af omdat de noodzaak tot beroep uitsluitend aan belanghebbende te wijten was, maar vergoedde het betaalde griffierecht. De uitspraak werd op 21 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.