ECLI:NL:GHDHA:2013:2741
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verklaringsprocedure derdenbeslag en arbeidsrechtelijke verhouding
IDM Finance legde executoriaal derdenbeslag onder DSV Groep B.V. wegens een verstekvonnis tegen betrokkene. DSV deed een verklaring als bedoeld in artikel 476a Rv, waarin zij stelde dat betrokkene een rekening-courantschuld had bij haar. IDM stelde dat de verklaring onvolledig was, omdat niet was verklaard dat betrokkene directeur-grootaandeelhouder was en dat er sprake zou zijn van een arbeidsrechtelijke verhouding.
De rechtbank veroordeelde DSV tot betaling wegens het niet afleggen van een voldoende verklaring. In hoger beroep stelde DSV dat betrokkene sinds 2008 geen werkzaamheden meer verrichtte en geen loon ontving, wat werd onderbouwd met jaarrekeningen, accountantverklaringen en belastingaangiften. Het hof oordeelde dat DSV voldoende bescheiden had overgelegd ter staving van haar verklaring.
IDM kon niet aantonen dat er een dienstbetrekking bestond, aangezien het aanmerkelijk belang van betrokkene een belastingtechnische fictie is en niet automatisch een civielrechtelijke arbeidsrelatie impliceert. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het DSV veroordeelde tot betaling en wees de vorderingen van IDM af, behoudens de proceskostenveroordeling. IDM werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van IDM Finance af wegens onvoldoende stelplicht omtrent de arbeidsrechtelijke verhouding en vernietigt het vonnis voor zover DSV tot betaling werd veroordeeld.