Belanghebbende, een vereniging die twee christelijke basisscholen in stand houdt, had de directeur van een van haar scholen gedetacheerd bij een andere christelijke basisschool. De Inspecteur stelde dat de detachering niet onder de onderwijsvrijstelling viel en handhaafde de aanslagen omzetbelasting over 2010. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de detachering een nauw met onderwijs samenhangende dienst betrof, essentieel voor de kwaliteit van het onderwijs. Het Hof overwoog dat de directeur, meer dan een docent, de kwaliteit van het onderwijs waarborgt en dat zonder zijn terbeschikkingstelling de gelijkwaardigheid van het onderwijs niet verzekerd kan worden. Daarmee kwalificeert de detachering als vrijgestelde onderwijsvrijstelling.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en de uitspraken van de Inspecteur, en kende belanghebbende teruggaaf toe van de betaalde omzetbelasting. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van de griffierechten. De overige stellingen werden niet behandeld omdat zij niet tot een ander oordeel leidden.