Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Kenmerk rechtbank : 244376 CV EXPL 09-9769
1.[appellant sub 1],
1.KRUIDVAT RETAIL B.V.,
Trekpleisterfilialen” (cursivering hof) binnen het gearceerde gebied mogen worden gevestigd. Weliswaar moet bij de uitleg van een overeenkomst niet alleen worden gelet op de taalkundige betekenis van de bepalingen, maar Vrijhof c.s. heeft niet (voldoende) onderbouwd waarom hij, ondanks de expliciete vermelding van “Trekpleister filialen”, ervan uitging dat ook een vestiging van Kruidvat onder het verbod zou vallen, laat staan dat hij heeft onderbouwd dat en waarom Kruidvat heeft moeten begrijpen dat Vrijhof c.s. daarvan uit ging. Vrijhof c.s. heeft aangevoerd dat hij is misleid en dat hij de nieuwe franchiseovereenkomst (met een beperktere exclusiviteitsbepaling dan voorheen) niet zou hebben getekend als Kruidvat hem zou hebben verteld van de aanstaande fusie tussen Kruidvat Retail B.V. en Trekpleister B.V. in november 2000 (zie hierboven onder 1.4.). Het hof acht deze (door Kruidvat gemotiveerd betwiste) stelling niet aannemelijk. Zoals Kruidvat immers terecht heeft tegengeworpen behoorden de Kruidvatformule en de Trekpleisterformule al vanaf de overname in december 1997 (zie hierboven onder 1.3.) tot hetzelfde concern en er is geen enkele reden te veronderstellen dat Vrijhof c.s. dit niet wist (Vrijhof c.s. heeft dit ook niet gesteld). Gelet daarop en gelet op de duidelijke bewoordingen van artikel 23.2. had Vrijhof c.s. een ruimer verbod kunnen en moeten bedingen als hij wilde bereiken dat er ook geen Kruidvatwinkel geopend zou mogen worden in het betrokken gebied. Dat hij niets heeft gedaan en zonder meer heeft getekend komt voor zijn risico. Hieraan doet niet af dat Vrijhof c.s. in vergelijking met het “grote” Kruidvat een kleine marktspeler is en dat hij, anders dan Kruidvat, niet over een eigen juridische afdeling beschikt. De bewoordingen van artikel 23.2. zijn ook voor een leek duidelijk. Dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat Kruidvat zich zou beroepen op de woorden “Trekpleister filialen” in artikel 23.2. (stelling Vrijhof c.s. bij MvG sub 48) vermag het hof niet in te zien. Vrijhof c.s. heeft dit ook niet onderbouwd.
in zoverre opnieuw rechtdoende