ECLI:NL:GHDHA:2013:3764
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na beëindiging gezamenlijke relatie en geschil over medewerking verkoop
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een woning die zij onverdeeld eigendom bezaten. Na het beëindigen van de relatie in oktober 2012 verliet geïntimeerde de woning, terwijl appellant bleef wonen. Geïntimeerde vorderde in kort geding ontruiming van de woning en medewerking aan verkoop, stellende dat appellant onrechtmatig handelde door geen medewerking te verlenen, de woning slecht te onderhouden en zonder toestemming anderen te laten wonen.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen grotendeels toe en stelde een ontruimingstermijn van een maand. Appellant ging in hoger beroep en verzocht vernietiging van het vonnis, verlenging van de ontruimingstermijn en matiging van dwangsommen. Het hof oordeelde dat appellant geen toedeling van de woning wenst of kan financieren en onvoldoende bewijs leverde van betaling van hypotheeklasten, terwijl er aanwijzingen zijn voor achterstanden.
Het hof vond de ontruiming terecht en de termijn van een maand ruim voldoende, mede omdat appellant sinds januari 2013 op de hoogte was van de situatie. De dwangsommen werden niet buitensporig geacht. De grieven van appellant faalden, het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant de woning moet verlaten binnen een maand en veroordeelt hem in de kosten.