ECLI:NL:GHDHA:2013:4024
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Verdeling vennootschappelijk vermogen V.O.F. en onroerend goed na echtscheiding
In deze civiele zaak stond de verdeling van het vennootschappelijk vermogen van een vennootschap onder firma (V.O.F.) centraal, alsmede de waardering van onroerend goed dat economisch eigendom betrof. De vrouw had het onroerend goed uit privémiddelen gefinancierd, hetgeen door het hof werd bevestigd. De man vorderde een verrekening van de economische meerwaarde van het pand, maar het hof oordeelde dat deze waarde geen zelfstandige betekenis had en geen stille reserves aanwezig waren.
De deskundige stelde het aandeel van de man in het vennootschappelijk vermogen vast op €48.176, waar nog een bedrag van €28.836 vanaf moest, resulterend in een vermogensaanspraak van €19.340. De vrouw werd veroordeeld dit bedrag aan de man te betalen binnen zes maanden. Daarnaast moest zij de helft van de kosten van de deskundige vergoeden.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de afwijzing van de conventionele vordering van de man betrof en bepaalde dat de vrouw alle goederen van de V.O.F. toekomen, inclusief de schulden, met uitzondering van belastingschulden die op de juiste partij drukken. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw krijgt het vermogen van de V.O.F. toegewezen en moet €19.340 aan de man betalen plus de helft van de deskundigenkosten.