Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
voortsde helft van de vakanties en feestdagen als deze regeling goed verloopt.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond de herbeoordeling van de kinderalimentatie en de zorgregeling voor een minderjarige centraal. De vader was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De moeder had incidenteel appel ingesteld.
Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank, waaronder de zorgregeling en de eerdere alimentatiebedragen. De kern van het geschil betrof de draagkracht van de ouders, mede beïnvloed door schulden en de beëindiging van een WW-uitkering van de nieuwe partner van de vader per 5 juni 2013.
Het hof oordeelde dat vanaf 1 juni 2013 de vader onvoldoende draagkracht had en stelde de alimentatie op nihil. Voor de periode tot die datum werd rekening gehouden met alle schulden en lasten, waarbij de vader een draagkracht van €130 per maand had en de moeder €122. De maximale bijdrage van de vader werd vastgesteld op €43 per maand. Daarnaast werd bepaald dat reeds betaalde bedragen tot €750 niet terugbetaald hoefden te worden.
De beschikking van de rechtbank werd voor zover het alimentatie betreft vernietigd en het hof stelde de alimentatiebedragen en ingangsdata conform deze herbeoordeling vast.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €43 per maand tot 1 juni 2013 en op nihil vanaf die datum wegens onvoldoende draagkracht van de vader.