Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 26 maart 2013
appellante,
Gerechtshof Den Haag
Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. ging in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam dat haar beroep op verzwijging door de verzekerde bij het sluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering afwees. De verzekerde had bij de aanvraag een gezondheidsverklaring ingevuld en was later gekeurd door een geneeskundig adviseur. Allianz stelde dat de verzekerde relevante klachten aan het bewegingsapparaat, waaronder schouderklachten, niet had vermeld, waardoor zij zich op nietigheid van de verzekering en weigering van uitkering kon beroepen.
Het hof oordeelde dat de verzekerde deze klachten niet hoefde te melden omdat hij deze als gebruikelijke symptomen beschouwde en niet als relevante aandoeningen. De medische gegevens toonden aan dat de klachten periodiek waren en niet tot langdurige uitval hadden geleid. Allianz kon daarom niet met succes een beroep doen op verzwijging.
Wel stelde het hof vast dat Allianz onvoldoende in staat was om de mate van arbeidsongeschiktheid en de hoogte van een mogelijke uitkering vast te stellen, waardoor het vonnis deels werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling. De kosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof verwierp het beroep op verzwijging maar vernietigde het vonnis deels en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.