ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ1158
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- A.E.A.M. van Waesberghe
- D. den Hertog
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid en ongerechtvaardigde verrijking in geschil over financiële afrekening na samenwerking
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van appellant als bestuurder van Behouden Huis centraal, nadat de Maatschap en andere partijen verhaal zochten wegens onttrekkingen en financiële verplichtingen die niet werden nagekomen. Na beëindiging van de samenwerking ontstond een geschil over de afrekening, vastgelegd in een voorlopige overeenkomst, waarbij de Maatschap betalingen verrichtte aan Behouden Huis.
De rechtbank kende een deel van de vordering toe wegens bestuurdersaansprakelijkheid, maar wees de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking af. Appellant stelde onder meer verjaring en onvoldoende bewijs van verwijtbaarheid aan de orde. Het hof bevestigde dat de vordering niet verjaard is en dat appellant als bestuurder ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door gelden aan Behouden Huis te onttrekken terwijl hij wist dat terugbetaling waarschijnlijk was.
Het hof oordeelde dat een bedrag van €195.328,44 niet verantwoord was, waarvan na aftrek van een zakelijke lening €141.441,98 resteert. De vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking werd afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat Hassel c.s. daadwerkelijk zijn verarmd. Het arrest vernietigt eerdere vonnissen en veroordeelt appellant tot betaling van €141.441,98 met rente, waarbij partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €141.441,98 wegens bestuurdersaansprakelijkheid met rente vanaf 30 april 2003.