ECLI:NL:HR:2002:AD7326
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatige onttrekking van betaalde gelden aan vennootschap
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of eiseres, statutair bestuurder van IBK International Electronic Products B.V., persoonlijk aansprakelijk is voor onrechtmatig handelen jegens MBB. MBB had een bedrag betaald ter voldoening aan een vonnis dat later in hoger beroep werd vernietigd. Eiseres had dit bedrag van IBK naar haar privé-rekening overgemaakt, waardoor MBB geen verhaal meer had op IBK.
De rechtbank wees de vordering van MBB deels toe en het hof wijzigde dit bedrag, maar bevestigde de aansprakelijkheid van eiseres. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door de persoonlijke aansprakelijkheid mede te baseren op het risico van eigen executie van het vonnis. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres onrechtmatig zou hebben gehandeld door de betaling op haar privé-rekening te doen storten.
De Hoge Raad stelt dat voor aansprakelijkheid moet komen vast te staan dat eiseres wist of ernstig rekening moest houden met het vernietigen van het vonnis en de onmogelijkheid van IBK om terug te betalen, en dat zij desondanks met verwaarlozing van de belangen van MBB heeft gehandeld. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van deze punten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling van de aansprakelijkheid van eiseres.