ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2204
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurverhoging wegens energiekostenstijging in huurovereenkomst bedrijfsruimte
Partijen sloten op 12 augustus 2005 een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met daarin een clausule over huurprijsaanpassing bij stijging van energiekosten. De Ruyter voerde een huurverhoging van bijna 34% door per 1 maart 2008, welke [X] niet betaalde, behalve een verhoging van 4,285% vanaf november 2008 conform de energie-gerelateerde brancheprijzen.
De kantonrechter wees de vordering van De Ruyter af omdat zij onvoldoende bewijs leverde dat de huurverhoging marktconform was. In hoger beroep handhaafde De Ruyter alleen nog de vordering tot huurverhoging en niet de schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst ruimte liet voor een energie-gerelateerde huurprijsaanpassing, maar niet voor een verhoging van 34%. De voorbeelden uit de branche toonden veel lagere verhogingen aan, en de stijging van energieprijzen was niet zodanig dat een dergelijke verhoging gerechtvaardigd was. De Ruyter kon niet aantonen dat de overeengekomen energiecomponent zo hoog was dat een 34% verhoging gerechtvaardigd was. Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde De Ruyter in de proceskosten.
Uitkomst: De gevorderde huurverhoging van bijna 34% wegens gestegen energiekosten wordt afgewezen en de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.