ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2639
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- M.H. van Coeverden
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis loonvordering in kort geding wegens onvoldoende bewijs bevrijdende betaling
In deze zaak vordert de werknemer het niet-betaalde loon over de maanden april tot en met juni 2011, vermeerderd met vakantiegeld en wettelijke rente. De werkgever stelt dat het loon volledig is voldaan en voert dit aan als bevrijdend verweer.
De kantonrechter heeft na het horen van getuigen het loonvordering toegewezen, waarbij het gevorderde salaris over juli 2011 werd afgewezen. De werkgever heeft in hoger beroep betoogd dat de loonbetalingen op verschillende tijdstippen contant zijn voldaan, met een overzicht als bewijs. Echter, slechts één getuige bevestigde contante betaling, terwijl andere getuigen dit niet ondersteunden.
Het hof oordeelt dat de enkele betwiste verklaring onvoldoende is om te concluderen dat de werkgever bevrijdend heeft betaald. Het overzicht sluit niet aan bij het verschuldigde bedrag en de werknemer heeft niet voor ontvangst getekend. Het hof wijst ook het verzoek om aanvullende getuigenverhoren af vanwege het spoedeisende karakter van de kortgedingprocedure.
Gelet op deze omstandigheden worden de grieven van de werkgever verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. De werkgever wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de loonvordering toewijst wegens onvoldoende bewijs van volledige betaling door de werkgever.