ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2763
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- T.W.H.E. Schmitz
- S.J.A.M. van Gend
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte Schipholbrand wegens ontbreken opzet of schuld
De zaak betreft de brand in de nacht van 26 op 27 oktober 2005 in het Detentie- en Uitzetcentrum Schiphol-Oost, waarbij elf gedetineerden omkwamen en vijftien personen gewond raakten. Verdachte werd primair beschuldigd van opzettelijke brandstichting door het weggooien van een nog smeulend shagje in zijn cel, wat de brand zou hebben veroorzaakt.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, later in hoger beroep tot 18 maanden, waarbij het hof hem vrijsprak van het kwalificerende gevolg van de elf doden. Na cassatie verwezen door de Hoge Raad behandelde het hof de zaak opnieuw, waarbij uitgebreid technisch onderzoek werd verricht naar de brandgevaarlijkheid van shagjes.
Het NFI-onderzoek toonde aan dat de kans op een vlammende brand door een weggeschoten shagje onder gunstige omstandigheden klein maar niet onmogelijk is. Het hof concludeerde echter dat de kans op brand en het bewust aanvaarden daarvan door verdachte niet bewezen kon worden. Ook schuld in de zin van roekeloosheid werd verworpen. Gezien de onzekerheden en het ontbreken van bewijs sprak het hof verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewezen opzet of schuld aan de Schipholbrand.