ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6046
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang bij inning contractuele boete en procesvertegenwoordiging bij reconventionele vordering
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of er een spoedeisend belang bestaat bij de inning van een contractuele boete van €55.000,- en of reconventionele vorderingen in kort geding zonder procesvertegenwoordiging kunnen worden ingesteld.
De voorzieningenrechter had de boete toegewezen, maar het hof oordeelt dat [geïntimeerde] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een spoedeisend belang bestond bij de betaling, onder meer omdat de verbouwingsplannen niet urgent of noodzakelijk waren en een bodemprocedure afgewacht kon worden. Ook de vordering tot betaling van wettelijke rente wordt afgewezen.
Daarnaast bevestigt het hof dat een reconventionele vordering in kort geding slechts door een partij met advocaat kan worden ingesteld, waardoor de reconventionele vorderingen van [appellant] buiten behandeling blijven. Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen af. [geïntimeerde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot betaling van de boete af wegens gebrek aan spoedeisend belang en veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten.