ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6061
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurachterstand en immateriële schade na brand in gehuurde woning
De huurder [appellant] huurde een woning van Qua Wonen en kampte met een brand in januari 2011 waardoor de woning tijdelijk onbewoonbaar werd. Na herstelwerkzaamheden keerde hij op 12 maart 2011 terug, maar stelde dat de woning vanwege verflucht onbewoonbaar bleef en eiste huurprijsvermindering en immateriële schadevergoeding.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van de huurachterstand en wees zijn schadevordering af. In hoger beroep betwistte de huurder de herstelperiode en stelde dat de woning onbewoonbaar bleef door geurhinder en slechte schilderwerkzaamheden.
Het hof oordeelde dat de huurder verplicht was de huur te betalen zolang er geen ontbinding of huurprijsvermindering was gevorderd. De omstandigheden rechtvaardigden geen huurprijsvermindering tot nihil. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de verhuurder toerekenbaar tekortgeschoten was, zodat de schadevordering werd afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de huurder in de proceskosten van Qua Wonen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de huurder tot betaling van huurachterstand en proceskosten, terwijl de schadevordering wordt afgewezen.