ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6819
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.J.M.E. Arpeau
- J.J. Roos
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Betaling advocatendeclaratie en aansprakelijkheid advocaat in machtsstrijd binnen uitvaartmaatschappijen
In deze civiele zaak staat de betaling van advocatendeclaraties centraal binnen een complexe machtsstrijd tussen Cuvo B.V., haar moedermaatschappij UBN, en de stichting De Volharding. BarentsKrans, als advocaat van Cuvo en UBN, had declaraties gestuurd voor werkzaamheden verricht tot en met 28 juli 2010. Cuvo betwistte de opdrachtverlening na 17 juli 2010 en stelde dat BarentsKrans onrechtmatig had gehandeld en tekortgeschoten was.
De rechtbank had Cuvo veroordeeld tot betaling van een lager bedrag dan gevorderd en had verklaard dat BarentsKrans na 17 juli 2010 onbevoegd was werkzaamheden te verrichten. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat BarentsKrans gerechtigd was door te werken tot 28 juli 2010, omdat de opdracht was gegeven door statutair bestuurder [A], die niet was geschorst of ontslagen, en de vereiste goedkeuring van de raad van commissarissen niet aan derden kon worden tegengeworpen.
Verder verwierp het hof de stellingen van Cuvo dat BarentsKrans onzorgvuldig of onrechtmatig had gehandeld bij de behandeling van procedures en dat de declaraties onredelijk hoog waren. Ook de klacht over het beslag werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade. Cuvo werd veroordeeld tot betaling van € 34.830,82 plus rente en kosten, en de vorderingen van Cuvo in reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: Cuvo wordt veroordeeld tot betaling van € 34.830,82 aan BarentsKrans en de vorderingen tot onrechtmatig handelen worden afgewezen.