ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7163
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.S. van Coevorden
- M.H. van Coeverden
- J.M. Willink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning arbeidsongeschiktheidspensioen bij geschil over IVA-uitkering en ontslag
Appellant, sinds 1967 in dienst bij ING, is vanaf december 2004 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. ING beëindigde het dienstverband in april 2008. Appellant verzocht Pensioenfonds ING om toekenning van een arbeidsongeschiktheidspensioen (AOP) per 1 mei 2008, gebaseerd op het pensioenreglement dat een IVA-uitkering als voorwaarde stelt. Pensioenfonds ING wees dit af omdat appellant toen nog geen IVA-uitkering had.
Appellant stelde dat op grond van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW Pro) de voorwaarde van een toegekende IVA-uitkering buiten toepassing moest blijven, mede omdat hij volgens een arbeidsdeskundige al in februari/maart 2008 aan de IVA-eisen voldeed maar de formele toekenning pas in februari 2009 plaatsvond. Het hof oordeelde dat de reglementaire voorwaarden objectief moeten worden uitgelegd volgens de cao-norm en dat de toelichting op het reglement duidelijk maakt dat AOP alleen toegekend wordt aan deelnemers met een toegekende IVA-uitkering bij beëindiging van het dienstverband.
Het hof vond onvoldoende grond om de reglementaire voorwaarde buiten toepassing te laten en wees het beroep af. Ook de handelwijze van ING en UWV deed hieraan niet af. Appellant was bovendien gecompenseerd voor het wegvallen van de WGA-aanvulling. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep af en bekrachtigt het vonnis dat toekenning van arbeidsongeschiktheidspensioen afhankelijk is van een toegekende IVA-uitkering bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid.