ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9796
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en boetes wegens gebrekkige boekhouding en onjuiste belastingaangiften
Belanghebbende, een eenmanszaak in de verkoop van mobiele telefoons en bemiddeling bij telefoonabonnementen, kreeg navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen opgelegd over de jaren 2005 tot en met 2007 wegens onjuiste aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting. De Inspecteur stelde correcties vast op het belastbaar inkomen en de omzetbelasting, mede vanwege gebrekkige en onvolledige administratie, waaronder onduidelijkheid over cashbacks en privégebruik auto.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende grotendeels ongegrond en oordeelde dat sprake was van (voorwaardelijke) opzet, waardoor vergrijpboetes terecht waren opgelegd. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze beslissingen, stellende dat de administratie niet onjuist was en dat de Inspecteur geen redelijke schatting had gemaakt.
Het Hof stelde vast dat de administratie terecht was verworpen en dat de bewijslast omgekeerd was. De door de Inspecteur gehanteerde schatting van het inkomen en de omzet was niet redelijk, maar het Hof paste een compromisvoorstel toe dat beter aansloot bij de aard en omvang van de onderneming. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, stelde de navorderingsaanslagen en naheffingsaanslag bij, en matigde de vergrijpboetes naar 25 procent. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, vermindert de navorderingsaanslagen en boetes en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.