ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1013
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake bewijslevering en buitengerechtelijke incassokosten
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of het hoger beroep van [X] c.s. ontvankelijk was en of zij alsnog bewijs mochten leveren door middel van getuigen na het niet doorgaan van de geplande enquête. De enquête was vastgesteld op 28 november 2012, maar [X] c.s. konden niet aanwezig zijn vanwege een overstroming in hun woning en herstelwerkzaamheden. Het hof oordeelde dat onvoldoende onderbouwing was gegeven voor het beroep op overmacht en dat de aanwezigheid van partijen niet noodzakelijk was, waardoor de enquête niet werd uitgesteld.
Vervolgens heeft het hof overwogen dat [X] c.s. niet in hun bewijslevering waren geslaagd omdat zij geen getuigen hadden doen horen en de schriftelijke producties geen nieuw licht wierpen. De grieven van [X] c.s. in het principaal appel werden daarom verworpen.
Daarnaast werd in het incidenteel appel het beroep van [Y] op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten deels gehonoreerd. Het hof achtte bewezen dat [Y] meer werkzaamheden had verricht dan gebruikelijk en kende daarom een bedrag van €1.158 toe, gebaseerd op twee punten van het liquidatietarief over een hoofdsom van €20.000.
Het bestreden vonnis werd in stand gelaten, behalve voor het onderdeel van de buitengerechtelijke kosten dat werd vernietigd en opnieuw beslist. De proceskosten in het principaal appel werden aan [X] c.s. opgelegd, terwijl in het incidenteel appel de kosten werden gecompenseerd.
Het arrest werd uitgesproken op 28 mei 2013 door het Gerechtshof Den Haag, waarbij de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Het hof wees het beroep op overmacht af, verwierp het principaal appel en kende gedeeltelijk buitengerechtelijke incassokosten toe aan geïntimeerde.