ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1949
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A. Kuijer
- M.I. Veldt-Foglia
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring vreemdeling
De verdachte werd bij beschikking van 31 maart 2010 tot ongewenst vreemdeling verklaard. Desondanks verbleef hij op 18 november 2010 in Rotterdam, terwijl hij wist dat hij niet in Nederland mocht blijven. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de straf herzien. De verdediging voerde onder meer aan dat de Terugkeerrichtlijn van de EU van toepassing was en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de terugkeerprocedure nog niet was doorlopen. Het hof oordeelde echter dat de richtlijn nog niet van toepassing was op het moment van het ten laste gelegde feit.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard en toch in Nederland verbleef. De straf werd bepaald op vier weken gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, mede gelet op eerdere veroordelingen en het feit dat de verdachte Nederland inmiddels heeft verlaten en een verblijfstitel in België heeft verkregen.
De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De opgelegde straf is een passende reactie vanuit het oogpunt van generale en speciale preventie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaar wegens verblijf als ongewenst vreemdeling.