ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2536
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugkeerrichtlijn verhindert strafvervolging wegens illegaal verblijf
De verdachte, een onderdaan van een derde land, verbleef illegaal in Nederland ondanks een opgelegde vertrektermijn en een terugkeerbesluit. Het openbaar ministerie vervolgde hem op grond van artikel 197 Sr Pro wegens het illegaal verblijf.
Het hof onderzocht of de vervolging verenigbaar was met de Europese Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG, die gemeenschappelijke normen stelt voor de terugkeer van illegaal verblijvende vreemdelingen. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie bleek dat strafrechtelijke sancties niet mogen worden toegepast indien deze de uitvoering van de terugkeerprocedure belemmeren.
In deze zaak was de terugkeerprocedure nog niet volledig afgerond omdat vreemdelingenbewaring werd toegepast met het oog op uitzetting. Het hof oordeelde dat de strafrechtelijke vervolging de terugkeerprocedure doorkruist en daarmee in strijd is met de richtlijn. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigde het het eerdere vonnis voor zover nodig.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens strijd met de terugkeerrichtlijn.