ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2238
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs overtreding regels vervoer gevaarlijke stoffen op binnenvaarttankschip
De verdachte werd primair en subsidiair ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 1 november 2006 in Rotterdam het binnenvaarttankschip gevuld had met gasolie zonder de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen in acht te nemen volgens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het ADNR-reglement.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €5.000,-. In hoger beroep vorderde de advocaat-generaal een voorwaardelijke geldboete van €2.500,-. Het hof heeft het dossier en de zitting van 24 april 2013 bestudeerd.
Het hof oordeelt dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de vluchttrappen zodanig waren gepositioneerd dat zij niet als geschikt middel konden worden aangemerkt om het schip ook in noodgevallen te verlaten. De relevante afstanden zijn niet gemeten door de verbalisant en kunnen niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van eerste aanleg, verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar vrij. Mr. Mees kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van overtreding van veiligheidsvoorschriften bij het vervoer van gevaarlijke stoffen.