ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2293
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J. Labohm
- J. Stollenwerck
- J. Breederveld
- Rechtspraak.nl
Afstorting pensioenrechten en stamrechtvoorziening bij ontbonden huwelijksgoederengemeenschap
In deze zaak staat de vraag centraal of de BV van de man in staat is het bedrag te storten dat benodigd is voor de verevening van de pensioenrechten en stamrechtvoorziening van de vrouw na ontbinding van hun huwelijksgoederengemeenschap.
De rechtbank had eerder de verdeling vastgesteld en de man veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de vrouw. In hoger beroep is het geschil toegespitst op de afstorting van de pensioenrechten en stamrechtvoorziening die in de vennootschap van de man zijn opgebouwd, en de toedeling van een C-polis aan de vrouw.
Het hof overweegt dat de man als directeur/grootaandeelhouder verantwoordelijk is voor afstorting door de vennootschap, tenzij het afstorten de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt. De man heeft voldoende onderbouwd dat de vennootschap niet over de benodigde liquide middelen beschikt en ook geen externe financiering kan verkrijgen zonder bedrijfscontinuïteit te schaden.
De vrouw heeft hiertegen geen concrete tegenbewijs geleverd. Het hof concludeert dat de afstorting niet kan worden geëist en wijst het verzoek af. Ook het verzoek van de vrouw tot toedeling van de C-polis wordt afgewezen omdat deze al aan haar is toegedeeld. De beschikking wordt vernietigd voor zover het de afstorting betreft en het verzoek van de vrouw wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot afstorting van pensioen- en stamrechtvoorziening af wegens onvoldoende liquide middelen in de vennootschap.