ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2459
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Labohm
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over geldlening en bestuurdersaansprakelijkheid binnen familiebedrijf
In deze zaak staat een geschil tussen twee broers centraal over het bestaan van een geldlening van hun overleden vader aan broer 1 voor de aankoop van diens woning, en de vraag of broer 1 als bestuurder van een familie-BV tekort is geschoten.
Broer 2 vordert onder meer dat de vordering van broer 1 op de nalatenschap wordt verrekend met zijn vordering op broer 1 en stelt dat broer 1 privé-kosten ten laste van de vennootschap heeft gebracht en zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld. Broer 1 betwist het bestaan van de lening en voert aan dat de vordering verjaard is.
Het hof oordeelt dat broer 2 onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om het bestaan van een lening aan te tonen. De overgelegde verklaring van de vader wordt als onbetrouwbaar beoordeeld, mede omdat deze pas na het faillissement en na familieruzies is opgesteld. Ook is onvoldoende aannemelijk dat broer 1 zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld, mede gelet op het verschil in activiteiten tussen de vennootschappen en het ontbreken van bewijs voor onrechtmatige kostenverrekening.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van broer 2 af. Broer 2 wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van broer 2 af wegens onvoldoende bewijs.