ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2666
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering vordering bij staking horecaonderneming
Belanghebbende verkocht in 2006 haar horecaonderneming en droeg deze in 2007 over aan een koper, gefinancierd door een bank. De vraag was of de waarde van een vordering op de koper bij staking van de onderneming lager was dan de nominale waarde van € 200.000.
De rechtbank had de waarde op nominale waarde gesteld, maar het Hof oordeelde dat gezien de kredietwaardigheid van de koper en het feit dat deze niet aan betalingsverplichtingen voldeed, de waarde lager moest worden vastgesteld. Het Hof stelde de waarde vast op 75% van de nominale waarde, € 150.000.
De aanslag inkomstenbelasting werd dienovereenkomstig verminderd, en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan in hoger beroep na een eerdere afwijzing door de rechtbank.
Uitkomst: De waarde van de vordering op de koper bij staking is vastgesteld op 75% van de nominale waarde, waardoor de aanslag inkomstenbelasting is verminderd.