ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3998
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijk loonregeling bij klein uitzendbureau met aanmerkelijkbelanghouder en echtgenote
Belanghebbende exploiteert een klein uitzendbureau en is enig aandeelhouder B, gehuwd met C. Beide verrichten werkzaamheden binnen de onderneming, maar het hof acht niet aannemelijk dat zij gezamenlijk een loon kunnen verdienen dat tweemaal het gebruikelijk loon bedraagt.
De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat het loon van B onder het gebruikelijk loon zou liggen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het hof vernietigt deze uitspraak en de naheffingsaanslagen. Het hof overweegt dat de werkzaamheden beperkt waren, geschat op circa twintig uur per week, en dat B door gezondheidsproblemen slechts parttime kon werken.
Het hof stelt vast dat B de feitelijke leiding had en dat C slechts ondersteunende werkzaamheden verrichtte. Er is geen bewijs dat C de vereiste deskundigheid bezat voor de hoofdwerkzaamheden. Gezien de bedrijfsomvang en behaalde resultaten acht het hof het niet aannemelijk dat een hoger loon dan het feitelijk betaalde loon gebruikelijk is.
De omstandigheid dat B in 2007 en 2008 in Spanje woonde, verandert dit oordeel niet. Het hof vernietigt de naheffingsaanslagen en beschikkingen inzake heffingsrente en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten. Verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen wegens onvoldoende causaliteit.
Uitkomst: Het hof vernietigt de naheffingsaanslagen loonbelasting over 2006-2008 en de heffingsrente omdat het loon van B en zijn echtgenote niet hoger is dan het betaalde loon.