ECLI:NL:GHDHA:2013:CA4005
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Dijk
- Mink
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank inzake vordering schadevergoeding wegens valsheid in geschrifte
De vrouw vorderde vergoeding van vermogensschade die zij stelt te hebben geleden doordat de man in eerdere procedures een vervalst stuk heeft ingebracht om een ontslagvergoeding te verhullen. De rechtbank had de man reeds veroordeeld tot betaling van een klein bedrag aan de vrouw, maar wees het meer gevorderde af. In hoger beroep heeft de vrouw haar eis vermeerderd, maar het hof kwalificeerde deze vermeerdering als een nieuwe grief die niet tijdig was ingebracht en zonder ondubbelzinnige toestemming van de wederpartij.
Het hof overwoog dat de man onrechtmatig handelde door het vervalste stuk in te brengen, waardoor hij aansprakelijk is voor de schade die de vrouw daardoor heeft geleden. De rechtbank had juiste criteria gehanteerd voor schadevergoeding, waaronder dat de schade direct door het vervalste stuk moest zijn veroorzaakt en niet reeds in eerdere onherroepelijke beslissingen was verdisconteerd. De vrouw stelde onvoldoende feiten en omstandigheden om aan te tonen dat zij verder nadeel dan reeds toegewezen schade had geleden.
De vermeerdering van eis werd afgewezen, en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De vrouw werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep vanwege onvoldoende onderbouwing. De man werd niet veroordeeld in de kosten van eerste aanleg. Het geschil betrof vooral de omvang van de schadevergoeding en de toelaatbaarheid van de nieuwe grief in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vermeerdering van eis van de vrouw af wegens onvoldoende onderbouwing van schade door valsheid in geschrifte.