ECLI:NL:GHDHA:2013:CA4030
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting en heffingsrente bij ontbinding en vereffening van BV
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van A BV, was begunstigde van een stamrecht ondergebracht bij zijn BV. In 2003 werd A BV ontbonden en werd een navorderingsaanslag opgelegd wegens vermeend voordeel uit aanmerkelijk belang door vrijval van het stamrecht.
De rechtbank vernietigde deze navorderingsaanslag en de heffingsrente, maar liet de heffingsrentebeschikking formeel in stand. De Inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof stelde vast dat de vereffening van A BV ultimo 2003 nog niet was voltooid, waardoor het stamrecht niet was vrijgevallen en er geen belastbaar voordeel was.
Het Hof vernietigde daarom de navorderingsaanslag en ook de beschikking inzake heffingsrente. Het verzoek van belanghebbende tot vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn in hoger beroep niet was overschreden. De Inspecteur werd veroordeeld tot betaling van griffierecht. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 26 maart 2013.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en de beschikking inzake heffingsrente worden vernietigd; het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.