ECLI:NL:GHDHA:2014:12

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2014
Publicatiedatum
9 januari 2014
Zaaknummer
200.134.414/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen weigering ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gebrek aan belang

Art & Finish is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter Rotterdam die het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerder] had afgewezen. De kantonrechter had het verzoek van [verweerder] tot ontbinding met toekenning van een vergoeding afgewezen op grond van artikel 7:685 BW Pro.

Art & Finish stelde dat de kantonrechter buiten het toepassingsbereik van artikel 7:685 BW Pro was getreden, waardoor het hoger beroep ontvankelijk zou moeten zijn. Het hof oordeelde dat hoewel het beroep ontvankelijk kon zijn, Art & Finish geen rechtens relevant belang had bij het hoger beroep. Dit omdat het oordeel van de kantonrechter over het bestaan van de arbeidsovereenkomst een voorvraag is in de ontbindingsprocedure en geen bindende kracht heeft.

Daarnaast wees het hof erop dat [verweerder] zich in een andere procedure op het ontbreken van een arbeidsovereenkomst beroept en dat de bestreden beschikking geen bindende kracht heeft. Het hof verwierp daarom het hoger beroep wegens gebrek aan belang en legde geen kostenveroordeling op.

Uitkomst: Het hoger beroep van Art & Finish wordt verworpen wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.134.414/01
Zaaknummer rechtbank : 2074218 \ VZ VERZ 13-4439

beschikking d.d. 14 januari 2014

inzake

Art & Finish Creative Services B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: Art & Finish,
advocaat: mr. J.C. Debije te Rotterdam,
tegen

[verweerder],

wonende te Brielle,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: [verweerder],
advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

Verloop van het geding

1.1 Bij beroepschrift met producties, ingekomen bij het hof op 25 september 2013, is Art & Finish in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Rotterdam) van 28 juni 2013. In het beroepschrift heeft zij een grief tegen die beschikking aangevoerd en toegelicht. Bij verweerschrift met producties heeft [verweerder] de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep bepleit en de grief bestreden.
1.2 Vervolgens hebben partijen ter mondelinge behandeling op 3 januari 2014 de zaak nader doen toelichten, Art & Finish door mr Debije voornoemd en [verweerder] door mr. M.C.V. Dornstedt, advocaat te Hellevoetsluis. Het van de zitting opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.

Ontvankelijkheid in hoger beroep

2.
De beschikking waartegen Art & Finish in dit hoger beroep opkomt, betreft een beschikking op een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de voet van artikel 7:685 BW Pro. Bij die beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van [verweerder] tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding, afgewezen. Op grond van lid 11 van artikel 7:685 BW Pro kan geen hoger beroep of cassatie worden ingesteld tegen een beschikking krachtens dat artikel. Volgens vaste rechtspraak is doorbreking van dat rechtsmiddelenverbod mogelijk onder meer indien de kantonrechter in de bestreden beschikking buiten het toepassingsbereik van artikel 7:685 BW Pro is getreden en is voor ontvankelijkheid in hoger beroep c.q. cassatie voldoende dat appellant een hierop gerichte klacht naar voren brengt. In haar grief betoogt Art & Finish dat de kantonrechter buiten het toepassingsbereik van artikel 7:685 BW Pro is getreden. Art & Finish is dan ook ontvankelijk in haar hoger beroep.

Belang bij het hoger beroep

3.
Het hof zal de gegrondheid van de grief van Art & Finish in het midden laten, nu Art & Finish bij die grief geen (rechtens relevant) belang heeft. De kantonrechter heeft de door [verweerder] verzochte ontbinding met toekenning van een vergoeding, geweigerd. Het oordeel van de kantonrechter dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat, betreft een voorvraag in de ontbindingsprocedure en heeft vanwege de bijzondere aard van die procedure geen bindende kracht (HR 3 december 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4492, NJ 1983, 182). Ter zitting heeft Art & Finish nog aangevoerd dat de bestreden beschikking “een eigen leven gaat leiden”, dat [verweerder] zich op die beschikking beroept in andere procedures tussen partijen en dat zij (Art & Finish) er belang bij heeft een onjuiste uitspraak van een overheidsrechter in hoger beroep vernietigd te krijgen. Een en ander levert evenwel niet een voldoende belang op voor het instellen van hoger beroep. Het hof wijst er in dit verband nog op dat [verweerder] zich in zijn verweerschrift in hoger beroep op het standpunt stelt dat de bestreden beschikking geen bindende kracht heeft, en voorts dat in een tweede tussen partijen gevoerde ontbindingsprocedure de kantonrechter te Rotterdam bij beschikking van oktober 2013 de niet-ontvankelijkheid van [verweerder] heeft uitgesproken vanwege het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.
4.
De slotsom is dat het hoger beroep van Art & Finish moet worden verworpen wegens gebrek aan belang. Het hof ziet aanleiding een kostenveroordeling achterwege te laten.

Beslissing

Het hof:
- verwerpt het hoger beroep van Art & Finish tegen de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Rotterdam) van 28 juni 2013.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Wattendorff, M. Flipse en L.G. Verburg en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2014.