ECLI:NL:GHDHA:2014:1462
Gerechtshof Den Haag
- Raadkamer
- B. van Walderveen
- H.A. Marquart Scholtz
- P.J. Wurzer
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke invrijheidsstelling voor drie Somalische piraten met rechtmatig verblijf in Nederland
Het gerechtshof Den Haag heeft op 25 april 2014 besloten de voorlopige hechtenis op te heffen van drie Somalische mannen die in hoger beroep veroordeeld zijn voor piraterij. Deze mannen hebben twee derde van hun gevangenisstraf uitgezeten en komen daarmee in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidsstelling. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat zij rechtmatig in Nederland verblijven.
Het hof oordeelt dat de drie verdachten rechtmatig in Nederland verblijven omdat zij een eerste asielaanvraag hebben ingediend. Volgens artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geldt dat zolang op deze aanvraag nog niet onherroepelijk is beslist, zij rechtmatig verblijf hebben en uitzetting achterwege blijft. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De advocaat-generaal verzette zich tegen het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, maar het hof stelde vast dat de wettelijke voorwaarden voor voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn vervuld. Het bevel tot voorlopige hechtenis is daarom met ingang van 2 april 2014 opgeheven. De zaak betreft een van de drie piraten en er is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven met ingang van 2 april 2014 vanwege rechtmatig verblijf en voorwaardelijke invrijheidsstelling.