ECLI:NL:RVS:2013:BZ5214
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling erkend als asielzoeker; terugkeerbesluit en inreisverbod vernietigd
De vreemdeling werd bij besluit van 4 juli 2012 opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en kreeg een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde echter dat zijn verklaring tijdens het gehoor op 4 juli 2012 als een asielverzoek moest worden opgevat, omdat hij aangaf dat terugkeer naar Egypte levensgevaarlijk voor hem was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de verklaring van de vreemdeling moet worden aangemerkt als een verzoek om internationale bescherming, waarmee hij als asielzoeker geldt. Hierdoor had de vreemdeling rechtmatig verblijf op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en was de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing. Het terugkeerbesluit en het inreisverbod mochten daarom niet worden uitgevaardigd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het terugkeerbesluit en inreisverbod vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.