Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 20 mei 2014
[naam],
[naam],
Het geding
Verdere beoordeling
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende,
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak tussen [B] en [H] gaat het om de uitleg en nakoming van een samenwerkingsovereenkomst inzake software, met name het exclusiviteitsbeding, inspanningsverplichting tot verkoop van INCAM in 2009 en afdracht van onderhoudsbijdragen vanaf 2010.
Het hof bevestigt dat [B] toerekenbaar tekortgeschoten is in haar verplichtingen en dat de schadevergoeding aan [H] moet worden geschat. [B] had onvoldoende onderbouwd dat INCAM verouderd was of dat zij voldoende inspanningen had geleverd. Het hof gaat ervan uit dat INCAM in 2009 een courant product was en dat [B] met de ontwikkeling van een concurrerend product, Offertespiegels, te vroeg was begonnen.
De schadevergoeding wordt geschat op basis van gemiste licentieverkopen en onderhoudsbijdragen, waarbij rekening wordt gehouden met de marktomstandigheden en contractuele afspraken. Het totaalbedrag wordt vastgesteld op €211.050,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2010.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor een deel, wijst de schadevergoeding toe, bekrachtigt het vonnis voor het overige en bepaalt dat partijen elk hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [B] tot betaling van €211.050,- aan [H] met wettelijke rente vanaf 1 januari 2010.