Uitspraak
(ZD 13) hij op of omstreeks 22 mei 2005 te Zoetermeer opzettelijk een persoon (te weten [aangever ff]) (ruw) bij zijn keel heeft gegrepen en/of zijn keel heeft dichtgeknepen, waardoor deze [aangever ff] pijn heeft ondervonden;
(ZD 13) hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2005 tot en met 27 mei 2005, althans op een of meer tijdstip(pen) in deze periode, te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld een ander, te weten [aangever ff], te dwingen tot de afgifte van goederen/geld (te weten een (geld)bedrag van EUR 15.000, althans enig geldbedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever ff], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, die [aangever ff] bij de keel heeft gegrepen en/of de keel heeft dichtgeknepen en/of (vervolgens) heeft gedreigd met fysiek geweld (te weten hem, die ander, te zullen slopen met zijn handen) en/of heeft gedreigd het bedrijf van die ander kapot te zullen maken, althans te zullen zorgen voor het royement van het bedrijf van die ander als die [aangever ff] niet aan hem, verdachte, een bedrag van EUR 15.000 (althans enig bedrag) zou betalen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1, sub b, d, e, f, g en h, ten laste gelegde moet de verdachte eveneens worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof als volgt. Ter zake van de ten laste gelegde verduistering met betrekking tot [aangever d] (b), [aangever g] (d), [aangever k] (f), [aangever m] (g) en [aangever n] (h) is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf a] die gelden gedurende de ten laste gelegde periode zich wederrechtelijk had toegeëigend. Er is niet wettig en overtuigend bewezen dat er reeds een betalingsverplichting bestond toen [bedrijf a] nog de beschikking had over geld op de rekening waarop geïncasseerde bedragen waren gestort en het enkele feit dat [bedrijf a] financieel in zwaar weer verkeerde en niet alle schuldeisers betaalde, is onvoldoende redengevend voor het bewijs dat zij bedragen die zij later verschuldigd zou gaan worden, zich toe-eigende. Ter zake van de ten laste gelegde verduistering met betrekking tot [aangever i] (e) overweegt het hof dat [bedrijf a] blijkens het verhandelde ter terechtzitting in de tenlastegelegde periode een betalingsregeling heeft getroffen op grond waarvan er betalingen hebben plaatsgevonden.
2, sub b, ten laste gelegde dient de verdachte te worden vrijgesproken. Naar ’s hofs oordeel is niet wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf c] (en daarmee de verdachte als feitelijk leidinggevende) het opzet heeft gehad op het zich wederrechtelijk toe-eigenen van de ten laste gelegde administratieve stukken. [bedrijf c] had deze stukken rechtmatig onder zich omdat zij de boekhouding deed. Er is niet wettig en overtuigend bewezen dat zij moesten worden teruggegeven voordat zij in het ongerede waren geraakt bij de ontruiming van het kantoorpand door de curator.
3ten laste gelegde moet de verdachte eveneens worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe het navolgende. Ingevolge een met [aangever v] gemaakte afspraak, welke inhield dat de verdachte een aan [aangever v] in eigendom toebehorende motorfiets zou verkopen, heeft de verdachte die motorfiets te gelde gemaakt door deze te ruilen tegen een ander voertuig. De met die transactie behaalde winst heeft de verdachte zelf behouden, volgens de verdachte omdat was afgesproken dat hij de opbrengst van de motorfiets zou verrekenen met een schuld welke [aangever v] aan de verdachte had. Tegenover dat laatste staat de lezing van [aangever v] die blijkens zijn aangifte luidde dat de verdachte de opbrengst aan hem zou afdragen. Verdere gegevens omtrent deze overeenkomst zijn niet naar voren gekomen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat bij deze stand van zaken moet worden geconcludeerd dat de standpunten van [aangever v] en de verdachte omtrent de vraag aan wie de verkoopopbrengst van de motor toekwam, tegenover elkaar staan zonder dat het hof duidelijke aanwijzingen heeft gevonden voor de onjuistheid van de lezing van de verdachte. Hetgeen hiertoe door de advocaat-generaal in appel naar voren is gebracht maken deze feiten en omstandigheden niet anders. Dat de verdachte er voor had kunnen kiezen een schuld van [aangever v] met het loon van [aangever v] te verrekenen of dat [aangever v] de wegenbelasting bleef voldoen, zoals de advocaat-generaal naar voren heeft gebracht, vormen niet een voldoende duidelijke aanwijzing. Gelet op het bovengenoemde is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat verdachte zich de motor wederrechtelijk heeft toegeëigend.
7ten laste gelegde dient de verdachte te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat [bedrijf c] geen salarisverhoging overeen is gekomen met [aangever y]. Immers, geen van de salarisstroken die op het salaris vanaf de in geding zijnde verhoging betrekking zouden hebben gehad, bevinden zich in het procesdossier. Bovendien gaat de door [aangever y] zelf ondertekenende kredietaanvraag van 12 maart 2004 uit van een salarisverhoging.
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks
of omstreeksde periode van 1 februari 2004 tot en met 24 april 2006,
te Zoetermeer, in elk gevalin Nederland, meermalen,
althans eenmaal, (telkens
)opzettelijk
een of meergeldbedrag
(en
) (telkens variërend tussen de EUR 383,69 en EUR 26.762,54 te weten in totaal ongeveer EUR 80.000) en in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deletoebehoorde
(n
)aan:
(ZD1) [aangever a] en/of (de eigenaar van
)[aangever b] en
/of
(ZD4) (de eigenaar van
)[aangever e]
en/of
(e
)geldbedrag
(en
) werknemers van[bedrijf a] anders dan door misdrijf, te weten door het in opdracht van bovengenoemde opdrachtgevers incasseren van openstaande vorderingen bij derden, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend door deze
(bij derden geïncasseerde)bedragen niet
en/of niet geheelaan de rechthebbende
(n
)uit te betalen;
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,feitelijk leiding heeft gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging
(en
);
of omstreeksde periode van 8 februari 2005 tot en met 2 augustus 2005
te Zoetermeer althansin Nederland,
valse ofvervalste
(euro)cheque
(van de Credit Agricole Nord de France
)- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat hij, verdachte, deze cheque
(op 08-02-2005
)heeft ingeleverd bij de Rabobank ter incasso
en/of vervolgens
valsheid en/ofvervalsing hierin dat het bedrag in cijfers en letters is gewijzigd (van oorspronkelijk EUR 41,91 in een bedrag van
/ofdat de naam van de begunstigde is gewijzigd
(van oorspronkelijk [begunstigde] in [bedrijf a]);
hij, in
of omstreeksde periode van 1 maart 2004 tot en met 16 oktober 2006,
althans op een of meer tijdstip(pen) in deze periode, te Zoetermeer, althansin Nederland, als bestuurder van
(een)rechtsperso
(o)n
(en
), te weten
[bedrijf d] en/of[bedrijf a] en/of [bedrijf g] en/of [bedrijf h] en/of [bedrijf i], welke bij vonnis
(sen
)van de Rechtbank te 's-Gravenhage (sector civiel recht - enkelvoudige kamer) van 06-07-2005 en
/of10-08-2005 en
/of24-08-2005 en
/of07- 12-2005 in staat van faillissement
is/zijn verklaard, meermalen,
althans eenmaal, (telkens) niet, althansniet volledig heeft voldaan aan de in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
en/of artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboekomschreven verplichting
(en
)en de boeken en
/ofbescheiden en
/of (andere
)gegevensdragers, waarmee volgens dat
/dieartikel
(en)administratie is gevoerd
en/of die ingevolge dat/die artikel(en) zijn bewaard, niet in ongeschonden staat tevoorschijn heeft gebracht, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar
)kasadministratie gevoerd in een
of meervan zijn bedrij
(f)(ven
)en
/of
(regelmatig)contante inkomsten en/of uitgaven van/voor een
of meervan zijn bedrij
(f)(ven
)niet verantwoord in de administratie
(s)en
/of
(herhaalde)schriftelijke en/of mondelinge
uitnodiging(en)/verzoek(en) daartoe, niet de administratie van
[bedrijf d] en/of[bedrijf a] en/of [bedrijf g] en/of [bedrijf h] en/of [bedrijf i] aan de
(benoemde)curator
(en
)([curator a] en/of [curator b])
overhandigd/uitgeleverd, althanster beschikking gesteld,
(o)n
(en
) n/of hem, verdachte,niet te allen tijde (juist en volledig) konden worden gekend
;.
Vordering van de benadeelde partij [aangever j]
1sub
ften laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
Vordering van de benadeelde partij [aangever p]
2sub
aalsmede ter zake van het onder
5sub
aten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
Vordering van de benadeelde partij [aangever bb]
4sub
ften laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
Vordering van de benadeelde partij [aangever y]
4sub
cten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
Vordering van de benadeelde partij [aangever z]
4sub
dten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.