Uitspraak
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[V],
Nederlandse Weverij Vera B.V.,
5.Resultaten
Bij vergelijking van de betwiste handtekeningen met de referentiehandtekeningen van [V] zijn verschillen geconstateerd in algeheel beeld, mate van vlotheid waarmee de handtekeningen zijn geschreven en onderlinge verhoudingen. Op microniveau zijn eveneens verschillen geconstateerd in nagenoeg alle vergelijkbare elementen. Ook is er een significant verschil waarneembaar in de hellingshoek van de denkbeeldige schrijflijn. De hellingshoek van de betwiste handtekening is groter dan de hoek waaronder de referentiehandtekeningen zijn geschreven.
7.Conclusies
Voorafgaande aan het onderzoek waren de volgende hypothesen geformuleerd voor het betwiste handschrift:
afschriftvan de overeenkomst van 22 april 2004 hadden onderzocht en niet
het origineel. Anders dan [appellant] meent, is dus niet enkel het feit dat de partijdeskundigen het onderling oneens waren, aanleiding geweest voor het hof om een deskundige in te schakelen, maar ook de omstandigheid dat de partijdeskundigen niet de
origineleovereenkomst hadden onderzocht. Het nadere rapport van Dekeyser van 19 april 2012, waarin hij
"Dank zij het nieuwe referentiemateriaal dat ter beschikking is"tot de conclusie komt dat de handtekening onder de overeenkomst van 22 april 2004 door dezelfde persoon is geschreven als de
"referentiegeschriften die toegeschreven worden aan wijlen Dhr. [V] […]", is opnieuw niet gebaseerd op onderzoek van de originele overeenkomst en doet daarom aan de vaststelling van het hof dat de partijdeskundigen niet de originele overeenkomst hebben onderzocht niet af. Dat met het nadere rapport van Dekeyser van 19 april 2012 de beide partijdeskundigen het eens zijn geworden, maakt een en ander niet anders. Dit geldt te meer, nu door [geïntimeerden] is bestreden dat het nieuwe referentiemateriaal dat door [appellant] aan Dekeyser ter beschikking is gesteld, van de hand van [geïntimeerden] is.