ECLI:NL:GHDHA:2014:2584
Gerechtshof Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake herziening belastingaanslagen
Verzoeker heeft op 10 april 2014 een verzoek tot herziening ingediend van uitspraken van het Hof van 1 juni 2010 betreffende navorderings- en naheffingsaanslagen inkomsten- en omzetbelasting over de jaren 1975 tot en met 1979. Tegelijkertijd vroeg verzoeker een voorlopige voorziening om spoedige beslissing en genoegdoening.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en de voorzieningenrechter heeft op 18 juni 2014 de zaak mondeling behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen. Uit eerdere uitspraken blijkt dat de belastingrechter niet bevoegd is om over het schadeverzoek te oordelen en dat verzoeker zich tot de burgerlijke rechter moet wenden.
Het Hof heeft op 23 juli 2014 het verzoek om herziening afgewezen. Gezien deze afwijzing en het ontbreken van onverwijlde spoed acht het Hof het niet noodzakelijk een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.