Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2008, die door de Inspecteur was opgelegd. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar wel tijdig was ingediend omdat belanghebbende pas in juli 2012 kennis had genomen van de aanslag.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat het aanslagbiljet op het juiste toezendadres was verzonden en dat het vermoeden van ontvangst op dat adres geldt. Belanghebbende kon dit vermoeden onvoldoende ontzenuwen, ondanks zijn stelling dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had in de betreffende periode. Hierdoor werd geconcludeerd dat het aanslagbiljet belanghebbende heeft bereikt en de bezwaartermijn op 25 oktober 2011 is begonnen. Omdat het bezwaarschrift pas op 1 augustus 2012 werd ingediend, was het niet tijdig.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de Inspecteur. Het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, waardoor het principale hoger beroep van belanghebbende niet werd behandeld. Er werden geen proceskosten toegewezen.