ECLI:NL:GHDHA:2014:343
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen erfdienstbaarheid door verjaring op parkeerterrein naast bedrijfspand
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of appellant een erfdienstbaarheid van overpad heeft verkregen door verjaring op het perceel van Het Middenstandshuis. Appellant stelt dat hij sinds 1993 via het parkeerterrein van Het Middenstandshuis toegang heeft tot zijn uitbouw met garagedeur, en beroept zich op verkrijgende en bevrijdende verjaring onder het oude en nieuwe Burgerlijk Wetboek.
Het hof stelt vast dat er nooit een erfdienstbaarheid bij akte is gevestigd en dat het gebruik van het parkeerterrein door de voorganger van appellant met stilzwijgende toestemming van Het Middenstandshuis heeft plaatsgevonden. Er is geen sprake van bezit te goeder trouw, waardoor verkrijgende verjaring niet kan worden aangenomen. Ook is de erfdienstbaarheid niet voortdurend en zichtbaar, wat vereist is onder het oude BW. Bevrijdende verjaring is niet voltooid omdat het verzet van Het Middenstandshuis pas in 2010 begon.
Verder wijst het hof het beroep op een noodweg af omdat het perceel van appellant aan de openbare weg grenst en er alternatieve toegangen zijn. Ook het beroep op een buurweg wordt verworpen omdat de parkeerplaatsen geen weg vormen en er geen wilsverklaring van de eigenaar is. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.