ECLI:NL:HR:2010:BK6588
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling goede trouw bij verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid van overpad
In deze zaak staat centraal of [verweerder] door verjaring een recht van overpad heeft verkregen op een voetpad gelegen op grond van [eiser]. De kwestie ontstond doordat bij de notariële akte van vestiging van erfdienstbaarheden in 1983 een recht van overpad ten behoeve van [verweerder] abusievelijk niet is opgenomen en niet in de openbare registers is ingeschreven.
De rechtbank wees de vordering af omdat volgens haar goede trouw ontbrak vanwege het ontbreken van inschrijving. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat [verweerder] zich in 1983 te goeder trouw mocht achten, gelet op de feitelijke machtspositie en de omstandigheden waaronder het recht van overpad werd gebruikt en overeengekomen.
De Hoge Raad bevestigt dat de beoordeling van goede trouw moet plaatsvinden op het moment dat de machtspositie ontstaat, hier 14 oktober 1983, en dat de latere ontdekking dat het recht niet is ingeschreven niet leidt tot het verlies van goede trouw. Ook de invoering van art. 3:23 BW Pro per 1 januari 1992 verandert hier niets vanwege de werking van art. 3:118 lid 2 BW Pro. Het beroep van [eiser] wordt verworpen en de kosten worden aan hem opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van [eiser] wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.