Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
C/09/405224/HA ZA 11-2550
Arrest van 28 oktober 2014 (bij vervroeging)
LINIPER EXPLOITATIE I BV,
hierna tezamen te noemen: ITS (vrouwelijk enkelvoud),
advocaat: mr. B.D. Bos te Rotterdam.
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
2.1 Liniper heeft een opstal in eigendom, gelegen aan de Kerkweg 2a te Nootdorp. Deze opstal bestaat onder meer uit een oude stal (hierna de stal), die grondig gerenoveerd moest worden. Liniper heeft daarvoor meerdere aannemers en leveranciers ingeschakeld. De directie over het werk werd gevoerd door Liniper, en wel in de persoon van [A] (hierna: [A]), die indirect bestuurder is van Liniper.
2.2 Liniper houdt kantoor in een pand aan het Vaartplein 13 te ’s-Gravezande. [A] woont in het pand [adres] te ’s-Gravezande.
2.3 ITS-Vermeer is een timmerfabriek, die zich onder meer bezig houdt met de productie van ramen, deuren, kozijnen, spanten, houten skeletbouw enzovoort. Directeur-eigenaar van ITS-Vermeer is[B] (hierna: [B]) en vestigingsleider is [C] (hierna: [C]).
2.4 ITS Rotterdam exploiteert een groothandel in bouwmaterialen. Zij is een zusterbedrijf van ITS-Vermeer.
2.5 Liniper heeft in 2008/2009 ten behoeve van de stal aan ITS-Vermeer diverse opdrachten gegeven, te weten:
a. tot het leveren van een eikenhouten kapspantenconstructie en de montage ervan op het werk
b. het leveren en aanbrengen van grenenhouten dakbeschot
c. het leveren van raam- en deurkozijnen, met hang en sluitwerk
d. het leveren van muurplaten.
e. het leveren van goten, inclusief gootklossen, exclusief zinkwerk.
ITS-Vermeer heeft deze opdrachten uitgevoerd en gefactureerd aan Liniper.
2.6 Liniper heeft daarnaast in augustus 2009 via [C], vestigingsleider bij ITS-Vermeer, 2x 14 betonlateien besteld, welke betonlateien door ITS Rotterdam zijn gefabriceerd en in september 2009 op het werk zijn afgeleverd. Liniper heeft hiervoor € 6.943,--, exclusief BTW, aan ITS-Vermeer betaald.
I) ITS-Vermeer is de contractspartij met betrekking tot de lateien. Liniper heeft over de lateien pas op 14 maart 2010 bij ITS-Vermeer geklaagd. Dit is te laat, omdat Liniper de lateien had behoren te onderzoeken alvorens deze in september-oktober 2009 in de stal in te bouwen. Liniper heeft daarom, aldus nog steeds de rechtbank, niet geklaagd binnen een redelijk bekwame tijd nadat zij het gebrek redelijkerwijs had behoren te ontdekken.
II) Liniper heeft met betrekking tot de overige onderdelen (houtwerk, goten, hang- en sluitwerk) ITS-Vermeer niet in de gelegenheid is gesteld om herstelwerkzaamheden uit te voeren, zodat ITS-Vermeer dus niet in verzuim ex artikel 6: 82, lid 1 BW is gekomen.
III) ITS-Vermeer heeft recht heeft op betaling van de gefactureerde, door haar verrichte werkzaamheden, terwijl Liniper geen opschortingsrecht heeft.
Beoordeling van de vorderingen van Liniper met betrekking tot de lateien
Van belang is dat Liniper de lateien (in ieder geval de veertien lateien aan de buitenkant) heeft laten uithakken en laten vervangen door andere lateien, overigens op een moment dat ITS de lateien niet had geïnspecteerd.
Een van de, mede in het kader van de devolutieve werking van het hoger beroep te onderzoeken, bezwaren van ITS is dat zij niet behoorlijk in de gelegenheid is gesteld om de lateien zelf te onderzoeken, zodat zij niet heeft kunnen constateren of de lateien werkelijk ondeugdelijk waren, terwijl haar evenmin een behoorlijke kans is geboden om zelf voor herstel te zorgen. ITS is hierdoor naar haar zeggen niet in verzuim geraakt. Dit bezwaar is gegrond. Hiertoe wordt als volgt overwogen.
Op 6 juli 2010 heeft de advocaat van Liniper onder meer geschreven:
“(…) Anders dan u de Raad van Arbitrage hebt geschreven, is [B] van ITS-Vermeer Timmerfabriek van harte welkom om op korte termijn de door cliënte gestelde gebreken aan de lateien, alsmede aan het houtwerk van de dakconstructie (…) op te nemen. Hij kan daartoe contact opnemen met [A].(…) Bij deze stel ik ITS-Vermeer Timmerfabriek B.V. ten aanzien van de lateien in gebreke en biedt ik haar gedurende vijf werkdagen na aanlevering van het definitieve rapport van PRC Delft de gelegenheid haar verbintenissen alsnog naar behoren na te komen. Voor de scheurvorming in de dakspanten en de vlekvorming op het hout stelt cliënte ITS-Vermeer Timmerfabriek B.V. bij deze in gebreke. Zij biedt haar gedurende twee weken na heden de gelegenheid om te dien aanzien een adequate oplossing voor te stellen en deze, na goedkeuring van cliënte, te realiseren. (…)”.
ITS heeft vervolgens tevergeefs geprobeerd om de bouwplaats op 14 juli 2010 met haar deskundigen te bezoeken. Na diverse (confraternele) correspondentie tussen de advocaten van partijen, schrijft Liniper in een e-mail van 6 september 2010 aan ITS-Vermeer dat ITS niet in de gelegenheid wordt gesteld de gebreken te inspecteren en voor herstel zorg te dragen. Het scheidsgerecht van Arbitrage voor de Bouw is bij de mondelinge behandeling van 14 september 2010 te verstaan gegeven dat de arbiters evenmin tot de bouwplaats worden toegelaten.
Beoordeling van de vordering van Liniper met betrekking tot het houtwerk, goten, tochtstrips en hang- en sluitwerk
Tussenconclusie
Beoordeling van de vordering van ITS tot betaling van haar facturen en de daarop betrekking hebbende grieven
(i) factuurnr. 0000
1685van 9 oktober 2009, spouwlatten en kozijnen ad € 16.015,77,
(ii) factuurnr. 0000
1738van 18 december 2009, leveren dakbeschot en monteren
spanten ad € 58.520,63, en
1803van 19 oktober 2010, goten, muurplaten en montage dakbeschot ad € 15.797,87.
€ 190.412,26 (exclusief BTW) geen aanvullende opdrachten verstrekt.
Met grief 7 betoogt Liniper dat ITS-Vermeer voor de levering van het dakbeschot ten onrechte € 9.600,-- (exclusief BTW) in rekening heeft gebracht in plaats van € 6.600,-- (exclusief BTW). Grief 8 bevat als klacht dat ITS-Vermeer ten onrechte twee voorschotnota’s in totaal ten bedrage van € 17.850,-- (inclusief BTW) in rekening heeft gebracht.
Beoordeling van grief 5
Beoordeling van grief 7
Beoordeling van grief 8
Tweede tussenconclusie
Het beroep van Liniper op opschorting wordt verworpen, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 11-13 is overwogen. Het schuldeisersverzuim van Liniper verhindert een beroep op opschorting (artikel 6:54 BW Pro). Grief 6 faalt.
Beoordeling van de grieven 9, 10 en 11
Slotsom
Beslissing
Het hof:
- bekrachtigt het bestreden vonnis, met uitzondering van rechtsoverweging 6.5 van het dictum;
- 6.5 veroordeelt Liniper tot betaling aan ITS-Vermeer van een bedrag van
- veroordeelt Liniper in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van ITS tot op heden begroot op € 1.862,-- aan verschotten en € 7.896,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.