Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/10/442705 / KG ZA 14-41
1.[geïntimeerde sub 1],
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- iii) [geïntimeerde] heeft negen kinderen. De eerste zes kinderen volgen of volgden allen basisonderwijs aan de school.
- iv) Vanaf het schooljaar 2011/2012 heeft [geïntimeerde] enkele malen voor zijn schoolgaande kinderen verlof gevraagd in verband met de viering van Oudtestamentische feestdagen. De school heeft deze aanvragen afgewezen. [geïntimeerde] heeft zijn kinderen niettemin op deze dagen thuis gehouden.
- v) [geïntimeerde] heeft op 28 januari 2012 een inschrijvingsformulier ingediend om het zevende kind, [naam kind], geboren op 21 januari 2009, in te schrijven op de school. Door ondertekening van het inschrijfformulier heeft [geïntimeerde] onder meer verklaard de grondslag (de identiteit) van de school, zoals beschreven in het tweede hoofdstuk van de schoolgids, te onderschrijven.
- vi) De Stichting is niet tot inschrijving van [het kind] overgegaan omdat zij – kort gezegd – twijfelde of [geïntimeerde] de grondslag van de school werkelijk (nog) onderschreef. [geïntimeerde] en de Stichting hebben zowel mondeling als schriftelijk hun standpunten uitgewisseld. Ten slotte heeft de Stichting bij brief van 11 november 2013 [geïntimeerde] bericht dat zij [het kind] bij de school zal inschrijven onder de navolgende voorwaarden:
Het onvoorwaardelijk onderschrijven van de grondslag van de school zoals verwoord op het inschrijfformulier en in het 2e hoofdstuk van de schoolgids en wij vragen u hierbij te bevestigen dat de Heilige doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen en het Heilig Avondmaal in de plaats van Pascha, waardoor de Joodse betekenis van de besnijdenis en het Pascha in de Nieuwtestamentische bedeling heeft afgedaan.
De toezegging dat er geen enkele vorm van verlof tijdens schooltijd wordt gevraagd met als reden het houden van Joodse feestdagen.
- viii) Partijen hebben op 19 december 2013 gezamenlijk over in de brief van 11 november 2013 aangesneden kwestie gesproken, maar dit heeft niet tot een oplossing geleid.
- ix) Bij brief van 20 januari 2014 heeft de Stichting [geïntimeerde] medegedeeld dat zij geen aanmelding van kinderen van [geïntimeerde] meer kan accepteren en dat de Stichting verwacht dat de reeds schoolgaande kinderen na de zomervakantie op een andere school worden geplaatst. De Stichting heeft dit besluit als volgt verantwoord:
U de grondslag en het aanmeldingsformulier tot dan toe kritiekloos ondertekende;
Tot enkele jaren terug ook geen structurele en formele verzoeken voor vrij kwamen voor Uw kinderen in verband met de Joodse / oudtestamentische feestdagen. (…)
primairgevorderd te bevelen dat de Stichting [het kind] per 3 februari 2014 als leerling zal toelaten tot de school en haar aldaar ongestoord onderwijs zal laten volgen, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de Stichting in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen.
Subsidiairvordert [geïntimeerde] dat de Stichting [het kind] zal toelaten zodra zij een schriftelijke verklaring van [geïntimeerde] heeft ontvangen met de inhoud als hiervoor onder (vi) sub 1 weergegeven. Tot slot vordert hij buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.