Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 december 2014
de gemeente Rotterdam,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Brief GWB aan GB, dragen voor verkoop voor [adres]. In 1979 een bouwval, sloop was onvermijdelijk. In begin 1980 toegewezen aan Dhr. [broer] zonder dat een huurprijs werd overeengekomen. Nu alsnog geprobeerd huurovereenkomst te sluiten maar hij is geint in koop. Inmiddels voor tienduizenden guldens verbouwd.”
“Op 17-11-’92 gesproken met de bewoner ‘s-Gravenweg [adres]. (…) Het verhaal van J.A. [geïntimeerde]: zijn broer [broer] woonde samen met mevr.[partner]“om niet” in de woning[adres] Door hen is (met toestemming cq medeweten GWR) de woning opgeknapt. Sinds ± 1-11-’85 woont[geïntimeerde] ter plaatse, later samen met zijn echtgenote. Hij betaalt f 150,= / maand als huur aan mevr. [partner], thans wonende (…). Volgens zijn zeggen eea met toestemming cq medeweten GWR. (…) Ik heb [geïntimeerde] meegedeeld: - dat de woning ’s-Gravenweg [adres 4] t/m[adres]tzt gesloopt dient te worden (dit was al bekend; [geïntimeerde] zegt hieraan medewering te willen verlenen). (…)”
“Wij hebben vernomen dat onze buurvrouw ,mevr. [buurvrouw], per 21 november 2005 gaat verhuizen. Nu willen wij u vragen of wij het huis van de buurvrouw bij ons huis mogen betrekken. Na ons telefoon gesprek van vorige week kreeg ik de indruk dat u bang bent dat wij nooit meer zouden verhuizen als wij het huis van de buurvrouw erbij krijgen. Ik moet u echter gerust stellen, want wij hebben een stuk grond bij de ringvaart gekocht (zie bijlage). (…)”.
“Ik huur een huis van jullie (onder de naam [geïntimeerde]) op de[adres]Rotterdam. Door huiselijke omstandigheden ben ik het huis ontvlucht en ben ik bezig een urgentieverklaring, deze kan ik krijgen maar dan moet u voor mij een verhuurdersverklaring invullen en er een stempel op geven. (…)”.
“(…) Ook zou ik graag met u spreken over het O.B.R. (…) Gaarne wil ik woningruil [adres]tegen het oude pand (…) nr 586?”Bij brief van 21 juni 2010 heeft (de burgemeester van) de gemeente [geïntimeerde] bericht dat woningruil niet mogelijk is.
“De aantekening is op 17 november 1992 door mij gemaakt na afloop van het gesprek dat ik met de heer[geïntimeerde] had. Ik maakte destijds vaker dergelijke aantekeningen voor intern gebruik, nadat ik met een huurder of gebruiker van de gemeente had gesproken. Ik kan mij herinneren dat ik met de heer [geïntimeerde] heb gesproken over de gebruikssituatie van de woning aan de[adres]. Ik weet niet meer precies wat wij toen allemaal hebben besproken, maar ik weet zeker dat de heer [geïntimeerde] nooit aan mij heeft aangegeven dat hij de woning aan de[adres]als eigenaar bewoonde. Indien dat wel het geval zou zijn geweest, had ik dat zeker in desbetreffende aantekening opgenomen”.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van de gemeente tot op 3 juli 2013 begroot op € 575,- aan verschotten en € 904,- aan salaris advocaat;
- verklaart voor recht dat de gemeente eigenaar is van de strook grond kadastraal bekend Kralingen, sectie D, nummer 9667, plaatselijk bekend[adres];
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van de gemeente tot op 3 juli 2013 begroot op € 452,- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de hierin uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.