Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 7 oktober 2014
[appellant] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap),
Het geding
Verdere beoordeling
“In afwijking van artikel III van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht is de Algemene wet bestuursrecht zoals die geldt na inwerkingtreding van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht van toepassing op alle betalingen op grond van de Wet Studiefinanciering 2000”. Met de Staat is het hof van oordeel dat deze bepaling in redelijkheid zo moet worden uitgelegd dat deze betrekking heeft op betalingen op grond van de WSF 2000 van voor 1 juli 2009 en niet op dwangbevelen die voor die datum zijn uitgevaardigd. Een andere uitleg zou betekenen dat tegen àlle dwangbevelen op grond van de WSF 2000 met een executiegeschil ex artikel 438 Rv Pro zou kunnen worden opgekomen, ook als dat dwangbevel dateert van vèr voor 1 juli 2009. Niet is gesteld of gebleken dat deze (van de tekst van de wet afwijkende) uitleg de bedoeling is geweest van de wetgever.