Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 25 november 2014
gevestigd te Renens, Zwitserland,
gevestigd te Abidjan, Ivoorkust,
gevestigd te Conakry, Guinee,
gevestigd te Amstelveen,
gevestigd te Rotterdam,
[geïntimeerde],wonende te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,geïntimeerde,advocaat mr. M.M. van Leeuwen, te Rotterdam.
Het geding
Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
US $ 5.890.175,88, de hoofdsom;
US $ 176.106,82, ter zake van expertisekosten;
US $ 747.968,12, aan kosten van juridische bijstand in de verschillende jurisdicties;
€ 725,51, aan beslagkosten;
€ 6.545,-, aan buitengerechtelijke incassokosten,
met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste instantie en in hoger beroep.
Het gaat in deze zaak om het volgende.
“technical management, which includes, but is not limited to, the following functions:
(i) provision of competent personnel to supervise the maintenance and general efficiency of the Vessel;
(ii) arrangement and supervision of dry dockings, repairs, alterations and the upkeep of the Vessel to the standards required by the Owners provided that the Managers shall be entitled to incur the necessary expenditure to ensure that the Vessel will comply with the law of the flag of the Vessel and of the places where she trades, and all requirements and recommendations of the classification society;
(…) the commercial operation of the Vessel, as required by the Owners, which includes, but is not limited to, the following functions:
(i) providing chartering services in accordance with the Owners’ instructions which include, but are not limited to, seeking and negotiating employment for the Vessel and the conclusion (including the execution thereof) of the charter parties or other contracts relating to the employment of the Vessel.”
Namens SSM werd deze overeenkomst gesloten door de hiervoor genoemde [betrokkene].
[geïntimeerde] (althans diens in Nederland gevestigde onderneming met de naam Euro Ship Management) was, blijkens de vermelding van diens naam in de management agreement, de contactpersoon van Sirius voor SSM.
De rechtbank oordeelde dat [geïntimeerde] door Nidera c.s. “naast de corporatie” aansprakelijk werd gesteld in zijn hoedanigheid van bestuurder van Sirius in de zin van artikel 3 van Pro de WCC, zodat de aansprakelijkheid van [geïntimeerde] aan de hand van het op de corporatie toepasselijk recht beoordeeld diende te worden.
grief Ien
grief IIkomt Nidera c.s. op tegen dit oordeel van de rechtbank; Nidera c.s. bepleit dat de aansprakelijkheid van [geïntimeerde] beoordeeld moet worden op basis van Nederlands recht. Bij memorie van grieven benadrukt Nidera c.s. dat haar verwijten aan [geïntimeerde] niet het tekortschieten of de onbehoorlijke taakuitoefening van [geïntimeerde] “als bestuurder” van Sirius betreffen, maar gebaseerd zijn op een “losstaande zorgvuldigheidsnorm waarvoor de gewone regels van onrechtmatige daad gelden”.
(1) [geïntimeerde] heeft nagelaten de exploitatie van de Pine Trader te staken en het schip heeft laten inzetten voor het op 24 maart 2009 overeengekomen vervoer van de partij rijst terwijl dat vervoer op 5 juni 2009 is gestaakt als gevolg van de deplorabele staat waarin het schip verkeerde,
(2) [geïntimeerde] niets heeft gedaan om de schade van Nidera c.s., toen het vervoer gestaakt werd, te beperken, en
(3) doordat [geïntimeerde] medewerking heeft verleend aan schuldeisersbenadeling door de verkoop van twee schepen van Sirius op 4 juni 2009. Aldus heeft het gestelde onrechtmatig handelen plaatsgevonden na 11 januari 2009, vanaf welke datum de EG-Verordening nr. 864/2007 van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (verder: Verordening Rome II) toepassing vindt. De omstandigheid dat [geïntimeerde] mogelijk al eerder, voor 11 januari 2009, had moeten ingrijpen en vervoer door de Pine Trader had moeten staken, is voor de vaststelling van het toepasselijke recht niet van belang; van onrechtmatigheid jegens Nidera c.s. was, zo begrijpt het hof de stellingen van Nidera c.s., eerst sprake toen zij nadeel ondervond doordat het na 11 januari 2009 overeengekomen vervoer van de partij rijst werd afgebroken, in juni 2009.
ongeschiktheid van het schip, de onvoldoende zorg voor de lading en de schuldeisersbenadeling). Het hof zal partijen daartoe alsnog in de gelegenheid stellen en zal daartoe een inlichtingencomparitie gelasten waarin dit aspect aan de orde zal worden gesteld.
grief IIIbestrijdt Nidera c.s. de uitkomst van de beoordeling door de rechtbank van het handelen en nalaten van [geïntimeerde]. De rechtbank kwam op basis van het recht van Saint Vincent & the Grenadines tot de conclusie dat [geïntimeerde] niet aansprakelijk is wegens onrechtmatig handelen.
Voor het geval dat voor een goede communicatie met [geïntimeerde] wenselijk mocht zijn rekent het hof erop dat aan de zijde van geïntimeerde een tolk ter zitting aanwezig zal zijn.
Beslissing
- beveelt een comparitie van partijen in een der zalen van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage, primair ter verkrijging van inlichtingen als hiervoor bedoeld in overwegingen 12 en 14 en met inachtneming van het onder 15 en 16 vermelde;
- bepaalt dat de advocaat van Nidera c.s
- bepaalt dat Nidera c.s. twee kopieën van het volledige procesdossier in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties,
- houdt iedere verdere beslissing aan.