Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[veroordeelde],
- [adres 1], Groot-Brittannië;
- [adres 2], Groot-Brittannië;
- [adres 3], Groot-Brittannië.
€ 500.000,-.
BESLISSING
verplichtingop
tot betalingaan de Staat van
€ 500.000,-;
Gerechtshof Den Haag
De rechtbank Rotterdam had de veroordeelde bij vonnis van 19 februari 2008 veroordeeld tot betaling van €625.758,93 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld. De veroordeelde was niet aanwezig bij de zittingen in hoger beroep en er was geen contact met zijn Nederlandse advocaten sinds januari 2012.
Tijdens de procedure bleek dat de veroordeelde in Groot-Brittannië gedetineerd was en later onder voorwaarden vrij kwam, waardoor hij niet in Nederland kon verschijnen. Het hof overwoog dat de veroordeelde geen verzoek had ingediend om het inreisverbod op te heffen en dat er geen aanwijzingen waren dat hij zijn aanwezigheidsrecht wilde uitoefenen. Het belang van een berechting binnen redelijke termijn woog zwaarder dan het aanwezigheidsrecht.
De advocaat-generaal vorderde een betalingsverplichting van €100.000, terwijl het hof constateerde dat de zaak niet binnen twee jaar na het instellen van het rechtsmiddel was afgedaan, wat een schending van het recht op een redelijke termijn inhoudt. Het hof paste de betalingsverplichting daarom aan en legde een bedrag van €500.000 op. Het vonnis werd verder bevestigd.
Uitkomst: Betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel verminderd naar €500.000 wegens overschrijding redelijke termijn.