ECLI:NL:GHDHA:2014:455
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing vordering tariefsverhoging wegens betwiste contractsoverneming
In deze civiele zaak staat centraal of DHMO gehouden is de door EB Trans in rekening gebrachte tariefsverhoging te betalen. EB Trans had de activa van HDHT overgenomen en voerde aan dat zij de contractsoverneming had voortgezet, inclusief het recht tot tariefsverhoging. DHMO betwistte dit en stelde dat zij slechts akkoord was gegaan met contractsoverneming onder een opschortende voorwaarde, namelijk dat EB Trans twee achtergestelde leningen zou aflossen.
De rechtbank wees de vordering van EB Trans af, en dit hoger beroep richtte zich tegen die afwijzing. Het hof concludeerde dat EB Trans onvoldoende bewijs had geleverd voor onvoorwaardelijke instemming van DHMO met de contractsoverneming. Ook het subsidiaire standpunt dat EB Trans eenzijdig de tarieven mocht verhogen bij losse vervoerscontracten werd verworpen, omdat tijdige mededeling en instemming vereist zijn.
De stellingen van EB Trans dat DHMO stilzwijgend akkoord zou zijn gegaan met de tariefsverhoging werden gemotiveerd betwist door DHMO, die verwees naar een opschortende voorwaarde. Het hof zag geen aanleiding tot bewijslevering en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. EB Trans werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering van EB Trans tot betaling van de tariefsverhoging afwijst en veroordeelt EB Trans in de proceskosten.