Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 4 februari 2014
1. [appellant 1] ,
2. [appellant 2] ,
[geïntimeerde] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Is er bij [appellant 1] sprake van een geestelijke stoornis, die een redelijke waardering van het bij het sluiten van de pre-auction agreement betrokken belangen beletten of onder invloed waarvan hij de overeenkomst heeft getekend ?).Als antwoord is aangegeven dat bij [appellant 1] sprake is van een geestelijke stoornis, in de zin van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, met inbegrip van a-typische autisme, welke zich vooral uitte in beperkte reciproke interrelationele contacten, met ruimte voor zaken doen op een obsessieve en roekeloze wijze. Met betrekking tot de [adres] heeft [appellant 1] meer in het persoonlijke vlak aangegeven dat er drie factoren waren die hem tot de koop hebben aangezet, namelijk (1) het op zich laten inpraten door [geïntimeerde] . [appellant 1] kon weinig weerstand bieden aan dit gedrag, mede omdat hij ook tegen de man opzag, omdat hij uit een belangrijke familie kwam van onroerend goed-handelaren. Deze waardering maakte hem enigszins kritiekloos. Verder (2) wilde hij de eigenaar van het pand ter wille zijn. Hier getuigt hij van een soort grootmoedigheid, die menselijk wel te waarderen is, maar financieel gezien onverantwoord. Als derde argument geeft hij aan het Aleida Team, dat door de gemeente Rotterdam in het werk was gesteld om onroerend goed handelaren af te remmen, tegengas te willen geven. Ook dit argument getuigt van een naïeve, niet zakelijke en onverantwoordelijke handelswijze. De genoemde persoonlijke eigenschapen zijn verbonden met de stoornis die bij [appellant 1] is aangetoond, en het gedrag, hiervoor beschreven, wat hiervan een uitvloeisel was. Hij deed de transactie terwijl hij wist dat er een aanzienlijke boeteclausule was, aldus het rapport.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2012;
- veroordeelt [appellanten] c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 291,-- aan verschotten en € 7.896,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.