ECLI:NL:GHDHA:2014:4613

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2014
Publicatiedatum
27 mei 2015
Zaaknummer
2200159408
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor invoer van kleine hoeveelheid cocaïne binnen grote drugssmokkelzaak

In november 2005 heeft de verdachte samen met anderen een kleine hoeveelheid cocaïne van ongeveer 300 gram ingevoerd, onderdeel van een grotere partij van circa 1650 kilogram die reeds grotendeels in beslag was genomen. Het hof stelt vast dat de handelingen van de verdachte niet direct betrekking hadden op de invoer van de gehele partij, maar wel onderdeel uitmaakten van een crimineel samenwerkingsverband dat grote hoeveelheden cocaïne importeerde.

De verdachte fungeerde als betrouwbare chauffeur en hielp mee bij het verbergen en ontmantelen van de contrabande. Hoewel hij niet veroordeeld wordt voor de volledige partij, was hij zich bewust van de omvang en ernst van de drugssmokkel. Het hof benadrukt de maatschappelijke impact van de invoer van harddrugs en het gevaar voor de volksgezondheid.

De verdachte heeft geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten, heeft zijn leven sindsdien positief veranderd en is verantwoordelijk voor zijn gezin. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legt het hof een gevangenisstraf van 16 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur. Tevens is een korting van 15% toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf (waarvan 6 voorwaardelijk) en 240 uur taakstraf voor invoer van circa 300 gram cocaïne.

Uitspraak

Strafmotivering (22-001594-08, uitspraak 21 november 2014)

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich in november 2005 samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer van ongeveer 300 gram cocaïne. Hij is de betrouwbaar gebleken chauffeur, die nodig was zowel voor het vervoer van betrokken personen naar de loods als voor het later wegvoeren van die betrokken personen en/of van de cocaïne (maar van dat laatste is het niet meer gekomen), en die ook meehelpt bij het onttrekken van de contrabande aan het oog van de buitenwereld door dozen te vouwen en voor het raam te plaatsen, en eveneens meehelpt bij het ontmantelen van de pallets, middels het sorteren van de deklading.
Hoewel verdachte niet wordt veroordeeld voor de invoer van ongeveer 1650 kilogram cocaïne, maar slechts voor de inhoud van één blikje met cocaïne, neemt dit niet weg dat alle uiterlijke omstandigheden in deze zaak verdachte moeten hebben duidelijk gemaakt dat zijn handelingen bijdroegen aan de invoer van een aanzienlijke partij cocaïne, geïmporteerd in containers, door een groep daartoe samenwerkende personen. Het door middel van containers invoeren van partijen cocaïne vergt serieuze financiële spankracht, een (omvangrijk) netwerk van hiertoe nuttige en betrouwbare contacten en een lange termijn planning. Het zijn grotere internationaal nauw met elkaar samenwerkende functionele verbanden die in staat zijn op deze wijze cocaïne in te voeren. Deze omstandigheden brengen mee dat het niet voor de hand ligt bij de straftoemeting aansluiting te zoeken bij de kwantitatieve normering als voorzien in de LOVS-oriëntatiepunten terzake (zie Hof Den Haag 20.6.2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2455), maar uit te gaan van de specifieke daad- en daderfactoren als weergegeven.
Door deze partij in te voeren heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Door de invoer van harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Feiten als deze brengen bovendien onrust in de samenleving en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Tenslotte leidt de invoer van harddrugs veelal, direct en indirect, tot vele andere vormen van criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor geen oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.
De verdachte is nog niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Hij heeft zijn leven inmiddels een andere wending gegeven, is verhuisd naar een andere stad, getrouwd en vader van twee kinderen. Hij voorziet in het levensonderhoud van hem en zijn gezin als zelfstandig ondernemer.
Alles afwegend acht het hof gezien de ernst van het feit naast een taakstraf een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van in beginsel 2 jaren passend en geboden. Gezien de schending van de redelijke termijn als hiervoor besproken past het hof daarop een korting toe van 15 procent. De uitkomst in het voordeel van verdachte naar beneden afrondend komt het hof uit op 16 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren.