Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 11 maart 2014
[naam],
appellant,
[…] Holding B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
het bieden van deskundigheid van een algemeen
activiteiten in het Emiraat Dubai te kunnen uitvoeren”. De
Gerechtshof Den Haag
Appellant vordert in hoger beroep de vernietiging van het vonnis van de kantonrechter en stelt dat tussen hem en geïntimeerde een arbeidsovereenkomst is gesloten op 18 februari 2007, ingaande als Archives Clerk tegen een netto maandsalaris van €5.000. Hij baseert dit op een door [M] namens geïntimeerde gesloten arbeidsovereenkomst en stelt dat geïntimeerde en haar Dubai-vestiging dezelfde rechtspersoon zijn.
Het hof stelt vast dat de eerdere overeenkomst van 15 oktober 2006 een agentuurovereenkomst betrof, welke op 30 september 2007 is opgezegd. De bevoegdheid van [M] om namens geïntimeerde een arbeidsovereenkomst aan te gaan wordt betwist, evenals de echtheid van de handtekening onder de akte die deze bevoegdheid zou verlenen.
Het hof oordeelt dat uit de notariële akte blijkt dat [M] slechts bevoegd was tot het uitvoeren van administratieve en procedurele taken, niet tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten. Ook is het niet aannemelijk dat er daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, mede gezien het voortbestaan van de agentuurovereenkomst en het ontbreken van communicatie hierover.
Daarom worden de grieven van appellant verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat er geen rechtsgeldige arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.